Glutamine is het meest voorkomende vrije aminozuur in het lichaam (zowel in spieren als in het bloedplasma) en is bij meer stofwisselingsprocessen betrokken dan alle andere aminozuren. Voedingsbronnen waarin glutamine voorkomt zijn vlees, vis, eieren, zuivelproducten en bonen. Glutamine kan ook in het lichaam zelf aangemaakt worden, met name in de spieren. Hoewel glutamine geen essentieel aminozuur is kan er onder zware omstandigheden (afvallen, zware training, stress) een tekort ontstaan.

Glutamine wordt omgezet in glucose wanneer het lichaam meer behoefte heeft aan suiker als energiebron. Voor de darmwand en het immuunsysteem is glutamine een belangrijke stof.

De veronderstelling is dat glutamine de afbraak die met zware inspanning gepaard gaat enigszins zou kunnen afwenden en een optimale immuunfunctie zou kunnen waarborgen. Ten aanzien van het behoud van spiermassa (eiwitsparing) bij zware inspanning zijn soms geringe positieve effecten gevonden. Bij langdurig glutaminegebruik is niet gebleken dat dit het prestatievermogen verbeterde. Kortom, meer onderzoek is nodig om definitief iets te kunnen zeggen over het nut van glutaminesuppletie.